Kinderen worden gestimuleerd om samen te werken en vooruit te denken. Ook denken ze na over geschikte vragen en opdrachten.
De groep verdeel je in twee gelijke groepen. De ene groep gaat naar een ruimte waar ze niet zichtbaar zijn voor de andere groep. De andere groep gaat naar buiten en neemt de spreekpunten en een zelf te kiezen object mee (zoals een bal).
De kinderen buiten zetten een route uit met de spreekpunten. Ieder spreekpunt wordt ingesproken met een opdracht die naar het volgende punt leidt. Je kan ervoor kiezen om de punten te verstoppen of juist in het zicht te leggen. Laat de kinderen nadenken over de opdracht die ingesproken moet worden zodat de andere groep de opdracht ook begrijpt. Bij het laatste spreekpunt is de opdracht het object dat is verstopt, te zoeken.
Bedenk ook wat de groep die de speurtocht gaat lopen kan doen wanneer ze moeten wachten. Misschien kunnen zij al nadenken over de speurtocht die zij uit gaan zetten als zij aan de beurt zijn?
En verder: hou rekening met de verschillen tussen kinderen en de begeleiding die ze nodig hebben. Zo heeft het ene kind meer behoefte aan begeleiding en ondersteuning en is het voor het andere kind juist uitdagend om zoveel mogelijk zefstandig uit te voeren.