Het doel is dat de kinderen actief bezig zijn en ontdekken van nieuw/ander spelmateriaal.
Er worden verschillende spreekkaarten ingesproken met simpele opdrachten. Leg ze op de grond met een afstand ertussen van ongeveer 1 meter. Voorbeelden van opdrachten zijn: spring 2 keer in de lucht, ga op de buik liggen, draai een rondje etc. Leg de spreekkaarten in een rij achter elkaar. De kinderen duwen dan op het knopje van de spreekkaart en voeren de opdracht uit. Dan lopen ze door naar de volgende spreekkaart en duwen weer op het knopje voor een nieuwe opdracht. Je kunt de gehele opdracht meerdere keren herhalen.